1666, Jonges in opspraak

Jan Claesz. Jonges 1.0.7 is te Jisp geboren op 13-2-1628. Hij overleed daar 26-2-1677. Zijn vader had ooit als commandeur ter walvischvaart gevaren maar later hield deze zich bezig met het bevrachten van walvisvaarders. Jan zal zijn vader wel geholpen hebben bij de werkzaamheden. Jan bezat weiland zoals zal blijken en hij wordt vermeld te Jisp als schepen en kerkmeester. In enkele gevallen wordt hij evenals zijn vader “Neeltjes” genoemd. Eerst is hij getrouwd met Trijn Claes, zijn tweede vrouw was Reina Corns.

Dat was alles wat wij tot kort van hem wisten. Maar onlangs kreeg ik het volgende notarisprotocol (ONA 5779 akte 37) in handen. Omdat het wat te uivoerig is geef ik het beknopt weer. Het is te curieus niet te publiceren.

Op 21 december 1666 gingen Aryan Pietersz., Jan Dircksz. en Symon Heindrichsz. “gebuiren tot Jisp” naar notaris Oosterhoorn aldaar. Zij waren “zeeckerlijk berigt” dat Jan Claesz. Jonges, hun buurman, voornemens was een dam in de openbare vaarsloot te leggen om van zijn ene land op zijn andere land te kunnen komen. Maar sinds mensenheugenis werd de sloot door iedereen gebruikt.

Het was een “publicque vaersloot” . De “gebuiren”, die allen in “het Oosteneijnde van Jisp aan de Noordseijde” woonden, vreesden niet alleen “het vuijle en onsuijvere water dat daer door agter ons erve geduirigh soude zijn”, maar ook de overlast die ze zouden ondervinden “ten opsigte van onse uijt en invaert, om t en van onse erven te comen”.

Hun grote ongerustheid deed hen naar de notaris gaan om een “insinuatie” te laten opstellen waarmee deze dan met getuigen naar Jonges zou gaan om een duidelijk antwoord te verkrijgen. Zij lieten “vrundelijk” verzoeken van het voorgenomen werk af te zien. Maar daarnaast dreigden ze de schade die ze zouden lijden op hem, Jonges, te verhalen. Zodoende ging de notaris “op de dato als boven” met getuigen op weg om zich “ten huijse ende an de persoon van Jan Claesz. Jonges” te vervoegen.

Het antwoord was kort: “ick hoor ende sie ende verzoek Copie ‘t welk ik relatere mijn wedervaren te zijn”.

Waarschijnlijk heeft Jan besloten van de dam af te zien, want in de notarisprotocollen blijkt geen vervolg van deze zaak te vinden.

P. Jonges 4.6.37

Spijkerboor.

Share Your Thoughts