Herberg “De Bonte Os” te Jisp

Het is wel aardig om de geschiedenis van “De Bonte Os” te vermelden. Want het was deze herberg te Jisp waar vele jaren een Jonges de scepter zwaaide.

De geschreven geschiedenis begint in het jaar 1648 toen Floris Gerbrant Smit de eigenaar was (zie ook akte met Floris als getuige). De herberg stond tegenover de kerk en het raadhuis. Volgens de overlevering moet het een monumentaal gebouw geweest zijn. Aan de voorzijde was een hoge stoep. Daarnaast was een deur die via een lange gang toegang gaf tot het buffet achter in de zaal. Aan de wal van de Kerksloot was een remming voor het aanleggen van bootjes.

Een afbeelding uit 1766 van Jisp met van rechts naar links het raadhuis, de kerk en (vermoedelijk) de herberg. Bron: Atlas van Stolk

Verklaeringe der boovenstaande prent, Afbeelende de vreugde-Ryke optogt, der Gezamentlyke borgeren en inwoonderen der dorpe Jisp, Ter Geleegenheid der installatie zyner doorl: hoogh:, den heere prince erf-stadhouder Willem den Vyfden,

Op Zaterdag den 8ste Maart, Anno 1766.

 

In 1710 verkocht de familie Smit de herberg aan de familie De Wit. Maar dan, in 1750 trouwt de inmiddels voor de tweede maal weduwnaar geworden Klaas Claesz. Jonges 2.0.5, die veehouder was, met Stijntje Roos, herbergierster en weduwe van Jan de Wit. Stijntje had vier dochters.

Zoon Klaas Jonges 1.0.23 kocht later de concurrerende herberg “De Wijnstok” en sloot deze.

Van zijn zoon Cornelis 1.0.29 is bekend dat hij om wat leven in de brouwerij te brengen, af en toe zijn herberg te koop aan bood (zie ook afbeelding van publieke verkoping hieronder). De hoogste bieder werd dan een anker wijn in het vooruitzicht gesteld! In die jaren werden er vele veilingen gehouden in de Bonte Os (zie afbeelding).

De weduwe van zijn zoon Engel (1.0.35), Neeltje Rensen, overleed in 1848 op 61-jarige leeftijd. Van haar tien kinderen was er toen nog maar één in leven. De erfgenamen verkochten de zaak in 1849 voor fl 745,-. De herberg is dan bijna honderd jaar in het bezit van de familie geweest.

De Bonte Os te koop Schuitemakers Purmerender Courant 19 januari 1887

In 1888 kocht de visser Jan Christiaansz. Jonges 4.1.3 “De Bonte Os” voor fl 2000,-. Hij kon het echter niet bolwerken, mede doordat zijn neef Jan Klaasz. Jonges 4.0.1, van wie hij geld geleend had, zich niet erg soepel opstelde.

De herberg werd in 1896 verkocht aan Arie Kramer, die herbergier van “De Verwachting” was. Deze liet op zijn beurt de concurrerende zaak slopen. Op het vrijgekomen erf is sindsdien een dubbel woonhuis gebouwd. Alleen de naam “De Bonte Os” nam hij mee naar zijn eigen café.

In het gemeentearchief Zaanstad vonden we een foto van dit laatste café “De Bonte Os” zoals dat er rond 1930 uitzag (op het dak staat een naamsbord):

Ook uit het archief hetzelfde café in 1965:

Uit deze tijd stamt ook een krantenartikel over het feesten in dit café: zie de Zaanse Pophistorie. Het café brandt volledig af in de nacht van 21 april 1970 en het pand is daarna gesloopt. Anno 2004 herinnert alleen de bushalte in Jisp nog aan de herberg “De Bonte Os”.

Omtrent de naamgeving van bepaalde huizen met betrekking tot de os kunnen wij u nog het volgende vertellen.

Het beest werd vroeger nogal eens als trekdier gebruikt. Een span ossen trok de ploeg bij het bewerken van landbouwgronden. Het vetmesten gebeurde uiteraard ten behoeve van de consumptie.

Op plaatsen waar vee werd verhandeld bezochten de boeren een café of herberg. Het is mogelijk dat hun koets door ossen werd voortgetrokken, maar dat lijkt ons niet waarschijnlijk, gelet op het trage tempo van deze dieren.

De naamgeving moet dus betrekking hebben op het feit dat ergens markt werd gehouden voor de koop en verkoop van vee. Vetgemeste ossen kwamen veelvuldig in de aanbieding. Exploitanten van aan de markt gelegen etablissementen zagen hierin aanleiding hun pand een dienovereenkomstige naam te geven. Vandaar een betiteling zoals “De Bonte Os”.

In het oude dorp Velsen staat ook een pand dat de bestemming van café heeft gehad en “De Zwarte Os” heette. In twee boogvullingen boven de deuren is het dier afgebeeld als reliëf. De kop zou er in de oorlog door de Duitsers zijn afgeschoten.

Marie Schaap 2.2.7
Piet Jonges 4.6.37
Pieter Jongens 3.5.21

In 2004 en 2009 bewerkt door Kees Jongens 3.5.32

Publieke verkoping in herberg van Cornelis Jonges 1.0.29

One Comment

  1. Nannette Elisabeth Dapper

    februari 5, 2017

    Mijn overgrootvader Reindert Jongens kocht rond 1900 een herberg aan de Weesperzij te Amsterdam. Zijn dochter Elisabeth Jacoba Jongens- Bolkestein was Weeshuis-Moeder van het Doopsgezind Weeshuis te Haarlem, waar haar echtgenoot Johannes Bolkestein de Weeshuis Vader was. Van omstreeks 1930 tot omstreeks 1947. Vele van deze weeskinderen emigreerden vlak na de oorlog naar Canada. En hielden steeds contact met ons.

Share Your Thoughts