Pieter Jongens Wijndelsz., winkelier, caféhouder en wijkmeester.
 
Dit is de naam van mijn grootvader (2.2.1). Zo heeft hij zijn naam altijd geschreven: P. Jongens Wzn. Zo stond het ook heel duidelijk te lezen op het fietsenrek voor het 'Noordhollandsch Koffiehuis' op de Kaasmarkt te Purmerend. 
Als oudste van vier zoons lag het voor de hand dat hij zijn ouderlijk huis, namelijk de boerderij in dat deel van de Beemster dat Havermeer heet, verliet toen hij op 24 juli 1885 Antje Houtman trouwde. Ook zij was een boerendochter uit de Beemster, geboren aldaar 19 januari 1864. Het paar vestigde zich te Rustenburg, gemeente Ursem. 
Het boerenbedrijf bleek een te zware belasting voor zijn vrouw nadat er twee kinderen geboren waren. De oudste, Elisabeth, naar vaders moeder, werd Lize genoemd. De zoon noemden ze Gerard, een verfraaide vorm van Gerrit, naar moeders vader Gerrit Houtman. 
De familie trok daarom naar Purmerend waar aan de Koestraat een café werd gekocht. Pieter hoopte dat zijn zoon hem later zou opvolgen in zijn zaak. Omdat het café niet zo groot was kocht hij in 1910 op de Kaasmarkt bovengenoemd "koffiehuis". Helaas voor hem ging zijn zoon, die inmiddels getrouwd was, in de zaak van zijn schoonvader. Deze had een bierbottelarij, eveneens in Purmerend. 
 
 
Een ansichtkaart uit 1902 met aan de rechterkant een gedeelte van het Koffiehuis.
Het Noordhollands Koffiehuis is van 1617 en staat aan de Kaasmarkt 3 in Purmerend. 
Het is anno 2004 het oudste gebouw van Purmerend.
 
Een foto uit 2003 na een grondige verbouwing. Nu in gebruik als lunchroom.
 
Mobilisatie 
Voor Pieter zorgde de mobilisatie van 1914 voor extra werk. Want zijn zoon, die vader van twee kinderen was geworden en samen met zijn vrouw eigenaar van een sigarenwinkel in de Hoogstraat was, moest opkomen. Vader Pieter stond zijn schoondochter met raad en daad bij. Maar de omstandigheden konden altijd nog erger. Watersnood! De Kaasmarkt bleef gelukkig droog, toen in 1916, maar in de winkel in de Hoogstraat kwam het water een halve meter hoog. 
Ik herinner me nog dat grootvader op grote laarzen kwam aanbenen en in onze kamer met één zwaai de brandende potkachel op tafel tilde! 
Dikwijls kwam hij even aanwippen bij ons in de winkel, maar vaak bleef het niet bij "even", want die sigarenklanten konden praten! 
 
Kalmer aan 
Na 1920 ging Pieter het wat kalmer aan doen. Hij en zijn vrouw verhuisden naar een kleine sigarenzaak op de Koemarkt. 
Had op de Kaasmarkt een brand al voor veel schade gezorgd in zijn Noordhollandsch Koffiehuis, hier op de Koemarkt was de brand die uitbrak bij de buren de oorzaak dat drie panden verwoest werden. Ik hoor het mijn verslagen grootvader nog zeggen: "Nu is alles weer weg.". 
In 1923 kwam een neef uit Zuid Afrika, Gordon Noome, over voor familiebezoek. Dit was een kolfje naar Pieters hand: de hele zomer met neef uitstapjes door Nederland maken. Want neef moest het land immers leren kennen! Ik bezit een album met wel 37 ansichten, overal vandaan en gedateerd. Ook van Gordons thuisreis via Londen. Zijn hotels voorzag hij van een kruisje. Zo weten we dat hij 6 december te Kaapstad aankwam en thuis was te Pietersburg op 3 januari 1924. Hij reisde met het S.S. "Berrima" van de P&O. 
Een mij nog bekende uitdrukking van Opa was: "Zo lopen de gootjes als het regent", want het ging aan het eind van zijn leven (de crisis van 1930) met onze familie in financieel opzicht niet zo goed. Zijn vrouw, onze grootmoeder, overleed in 1930 na een langdurige ziekte. Opa verhuisde daarna naar een kleine bovenwoning vlak bij zijn dochter. Daar is hij reeds na een half jaar overleden. 
Dit was in grote trekken de levensloop van Pieter Jongens, die voor mij een fijne grootvader is geweest. 
Over zijn functie als "wijkmeester" verwijs ik naar een apart artikel. 
 
Wat herinneringen 
Aardige herinneringen aan hem heb ik te over. Bijvoorbeeld samen zwemmen in de Beemsterringvaart, ik met mijn pas verworven zwemdiploma, 15 jaar oud. Opa 67 jaar in een rood en wit gestreepte zwembroek, drijvend op zijn rug. Daar hij enigszins gezet was stak zijn rood-witte buik parmantig boven water uit. Hij was een rustige man en hij was bijna helemaal kaal. En hij had veel aparts. Tegen de regen droeg hij een lodenstof cape die hij met zwier om zich heen kon slaan. Toen de bananen in zwang kwamen propageerde hij: "Dit wordt het nieuwe volksvoedsel.". 
Wandelen deed hij veel en graag. Zeker eenmaal per jaar liep hij de Beemster rond. Bij Rustenburg gekomen verheugde hij zich erin tegelijkertijd het land van zijn vroegere boerderij evenals het land van zijn vader te kunnen zien.  
Mijn oudere broer probeerde mij altijd wijs te maken dat Opa geen zwartbont vee had maar uitsluitend roodbont. En dat de knecht en de meid ook rood haar hadden. Ja, zelfs de melkbussen waren door Opa rood geschilderd. Maar of dat inderdaad zo was? .... 
Dat wandelen had ook een sociale functie, want dikwijls vergezelde hem voor enige kilometers een vriend die wel eens zijn hart wou luchten. Zijn zeer zwaarmoedige neef Jan Noome vergezelde hem bijvoorbeeld vaak. 
Rolschaatsen deed hij op de enige geasfalteerde weg in Purmerend: de Purmersteenweg, waar ook harddraverijen werden gehouden. 
Maar in schoonrijden op de schaats, alleen of voor paren, was hij een meester. Menige prijs won hij. Medailles waarvan ik er een paar bezit, gewonnen in Nieuwe Niedorp, Jisp en Wormer. Hij was 66 toen hij op 3 februari 1929 de eerste prijs behaalde: een bronzen beeldje voorstellende een zaaiende landman. 
Ook zie ik hem nog de trap in het huis op de Koemarkt afkomen met in iedere hand een emmertje water. Aldus trainde hij door de trap x-keer op en af te lopen en hij zei dan: "Zie zo, ik heb de Dom beklommen.". 
Het koffiehuis op de Kaasmarkt was op gewone marktdagen een druk zogenaamd "Dinsdagshuis" waar de handelaren hun zaken kwamen afhandelen. Ook herinner ik mij dat mijn moeder op hoogtijdagen daar hielp in de keuken. De gehaktballen die zij maakte van garnalen waren befaamd en vlogen weg. 
De begrafenis van grootmoeder Jongens maakte op mij als zestienjarige een merkwaardige indruk. De broers en zwagers kwamen met hun vrouwen met de kapwagen uit de Beemster naar de Koemarkt. Een hele drukte was dat, met veel gesnotter en gesnuif in grote witte zakdoeken. Na de begrafenis, toen het gezelschap terugkeerde in het sterfhuis, werd het echter stilaan een geanimeerde familiere�nie tot mijn grote verbazing. 
 
P. Jongens 2.2.5, Vledder