Logo
 
Pennemes en de Jongens stamboom
 
Op 9 april 1792 overlijdt te Hamburg Jacob Baltusz Pennemes. Zijn testament dd. 17-8-1789 is daar in 1890 verbrand. De diaconie van Oostzaandam had echter een kopie. 
 

De voornaamste bepalingen van dit testament worden aangehaald in een vonnis dd. 16-7-1802 van het Hof van Holland. Wij lezen daarin onder andere dat het erfgoed wordt nagelaten aan de gereformeerde diaconie te Oostzaandam, na het verrekenen van enige legaten. 
 
Onder deze legaten is een som van fl. 25.000,- tot een eeuwig aandenken aan het armhuis te Oostzaandam. De betaling hiervan zou echter eerst plaatsvinden nadat een aantal met name genoemde neven en nichten van vaders- en moederszijde zou zijn uitgestorven. Tot hen behoort ook Grietje Cornelisd Wagenaar (2.0.4).  

Verder wordt bepaald dat de diaconie een jaarlijkse vergoeding ontvangt van fl.600,- en dat het vruchtgebruik van het totale kapitaal voor Pieter Baltusz Pennemes is, de broer van Jacob.  
Na het overlijden van Pieter in 1799 zou dit vruchtgebruik toevallen aan de nog in leven zijnde neven en nichten, waaronder Grietje Wagenaar.  
Elk jaar, eind december, de interest te betalen zolang er 'nakomen' zijn. Ik heb nog een aantekening over een bedrag van fl.258.000,-. 
 
Volgens het testament van broer Pieter Baltusz Pennemes, anno 1790, is Jacob Baltusz Pennemes zijn enige erfgenaam, behoudens een aantal legaten. Mocht Jacob eerder overlijden dan komt alles aan de neven en nichten. Als Pieter in oktober 1799 overlijdt, is zijn broer Jacob al zeven jaar eerder gestorven. De neven en nichten zouden nu het vruchtgebruik van de erfenis van Jacob moeten krijgen. 
 
Aan het einde van het vonnis staat echter: 
Dat 't Hof van Holland, met rijpe deliberatie van raade, doorgezien en overwogen hebbende al 't geen dienende is, doende recht in naam en vanwege het Bataafse volk, ontzegt aan Impetranten hunnen eisch, enz, enz. 
Gedaan in den Haage, den 16e Julij 1802. 
Impetranten zijn de schuldeisers, in dit geval de neven en nichten. 
 
Onbegrijpelijk, maar geen geld dus voor de neven en nichten. Wat mijn grootvader Pieter Jongens (3.1.2) bezield heeft om daar circa 1920 nog eens in te stappen is mij een raadsel. Wat er allemaal 'tussen 1792 en 1802 gebeurd en gerommeld is, heb ik niet kunnen achterhalen. Zeker is, dat er nadien in de correspondentie sprake is van vele advocaten, hoge kosten en twijfelachtige rechtshulp. 
 
Het was echter de aanvang van ons familie onderzoek. Voor bewijsmateriaal vermelde mijn grootvader de data van zijn voorouders en zo ontstond het begin van de Jonge(n)sstamboom. 
 
Op de grafsteen van Jacob Baltusz Pennemes te Hamburg staat te lezen: 


De gereformeerde gemeente te Oostzaandam kocht met de Pennemesgelden een boerderij met toebehoren in Oterleek. Nu nog staat op het hek Pennemes. Met de verkoopgelden van de boerderij werd het Nederlands Hervormd Rusthuis aan de Bloemgracht in Zaandam gebouwd. Hierin is nog de Pennemeszaal. 
Meer over de het rusthuis en de 'Stichting Hervormd Centrum Pennemes' in Zaandam kunt u vinden op http://www.pennemes.nl/
 
Pieter Jongens 3.0.8

Naschrift van Kees Jongens 3.5.32.
Ook Pieter Baltusz blijkt genereus met het geerfde vermogen te zijn geweest, zoals we hiernaast kunnen lezen in op bladzijde 95 uit het boek Vaderlandsch Woordenboek uit 1795.

In het gemeentearchief Zaanstad is een gedenkstuk te vinden ter ere van Pieter Baltusz. opgesteld door de volgende vier heren:
1. Cornelis Kroeger Claasz,
2. Casparus Spiers Jacobz
3. Jacob Dekker
4. Gerrit Metzelaar